Heilige Koe
- Gegevens
- Gepubliceerd op 29 juni 2011
Column door Erica Verdegaal
Afgelopen maart gaf het Internationale Monetair Fonds (IMF) ons land rapportcijfer 2 voor de hypotheekrenteaftrek. Men vindt het leiden tot te hoge eigenwoningschulden. Dat is riskant voor de huisbezitter en voor onze banken. En dus gaat onze overheid er iets aan doen.
Per 1 augustus zijn de normen voor hypotheekverstrekking strenger. Zo mag een hypotheek maximaal 110 procent van de aankoopwaarde van het huis bedragen. En maximaal 50 procent van de hypotheek mag aflossingvrij worden gefinancierd. Voor een verbouwing krijg je extra hypotheek mits deze de waarde van het huis aantoonbaar verhoogt.
Tegen de nieuwe regels protesteren makelaars en hypotheekverkopers, maar ook starters op de koopwoningmarkt, omdat ze moeilijker kunnen lenen. Veel starters geloven namelijk nog altijd heilig in het koophuis. Vooral starters roepen: huren is veel duurder, er is niets te huur of de waarde van een koophuis stijgt altijd. Over huren wordt vaak wat meewarig gedaan. Het lijkt veel mensen weggegooid geld, want je bouwt er geen vermogen mee op. Met een koopwoning dan wel? Evenmin. Daarover gaat dit verhaal.
Stel je kocht in maart 2006 een woning voor 220.000 euro. Hoeveel was deze dan vijf jaar later, maart 2011, waard? Volgens de Prijsindex Bestaande Woningen van het Kadaster is er gemiddeld 1,7 procent bijgekomen. Dat is pakweg 0,35% per jaar, stukken minder dan de inflatie.
Onze heilig koe lijkt dus jaarlijks nog een pietsje melk te druppelen. Lijkt, want van die 0,35% gaan talloze kosten af. Ten eerste is een huis een verbruiksartikel dat veroudert door bewoning, slijtage, achteruitgang van de buurt of de aanleg van een busbaan langs je huis. Niks vermogensgroei. Tenzij je de boel goed onderhoudt. Dat kost je grofweg 2 procent aan onderhoudskosten per jaar.
Dan is er de hypotheek, waarmee het gros van de Nederlanders zijn troetelinvestering financiert. Weliswaar betaalt de fiscus er zeg 42 procent aan mee, maar dan betaal je zelf 58 procent. Op een hypotheekrente van 5 procent is dat pakweg 3 procent. Tot zover geen 0,35 procent melk dus, maar 0,35 min 2 min 3 is 4,65 procent zure melk (lees: verlies) per jaar.
Daar vanaf gaan nog de (forse) premies voor de overlijdensrisicoverzekering en de eventuele woonlastenpolis, de koperskosten van het huis, de eventuele verliezen op je beleggingshypotheek en het mogelijk verder afglijden van de woningprijzen, bijvoorbeeld doordat een toekomstig kabinet wél het mes in de hypotheekrenteaftrek zet. Niks slapend rijk worden dus. Wie nu (voor het eerst) in de woningmarkt stapt, scheept zichzelf mogelijk op met een heilige koe die zure melk geeft. Huren is zo gek nog niet.
Zes voordelen van huren
- Huren is flexibel bij verhuizing. Je maakt geen verkoopkosten voor je oude huis. En je betaalt geen overdrachtsbelasting voor de aankoop van een ander huis.
- De woonlasten van huren zijn overzichtelijk, want de verhuurder regelt en betaalt het onderhoud.
- De woonlasten van huren zijn voorspelbaar. Een hypotheekrentestijging deert je niet. Ook heb je geen zorgen over de aflossing van je schuld, zoals veel huisbezitters met een woekerpolis in hun hypotheek.
- Bij huren loop je niet het risico dat de waarde van je woning daalt.
- Huurders kunnen recht hebben op huursubsidie.
- Koop nooit het huis wat je nu huurt. Qua woongenot ga je er geen flinter op vooruit, terwijl je wel risico gaat lopen.
Erica Verdegaal is columnist van onder meer NRC Handelsblad. Recent verscheen haar boek 'Goed met Geld. Hoe financiële opvoeding loont". Het is te bestellen op www.ericaverdegaal.nl.
Laatste Nieuws
Het voorbereidend onderzoek voor de behandeling van het wetsvoorstel voor een huurverhoging naar inkomen (de gluurverhoging) door de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 15 mei plaatsgevonden. Dit gebeurde nadat de Eerste Kamer vorige week dit wetsvoorstel niet controversieel had verklaard (net zo min als enig ander wetsvoorstel) en de geplande behandeling, ondanks de val van het kabinet, gewoon wil laten doorgaan. De plenaire behandeling in de Eerste Kamer is nu voorzien voor 19 juni. Hieraan wordt het voorbehoud verbonden dat de schriftelijke voorbereiding tijdig moet zijn afgerond.



